1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
Omschrijvingen en woordlengtes in één overzicht
Zit je vast bij een omschrijving? Hier zie je het aantal letters en de eerste letter, of je laat het antwoord per woord zien.
- 1 Horizontaal
Zit aan je schouder en eindigt bij je hand
Antwoord tonen
ARM - 2 Verticaal
Daarmee eet en praat je
Antwoord tonen
MOND - 3 Verticaal
Hier komt het eten terecht, zit onder je borst
Antwoord tonen
BUIK - 4 Verticaal
Daar zitten je tenen aan en je staat erop
Antwoord tonen
VOET - 5 Horizontaal
Daarmee ruik je
Antwoord tonen
NEUS - 6 Horizontaal
Daar zitten je ogen, neus en mond op
Antwoord tonen
HOOFD - 7 Verticaal
Je hebt er tien en vijf zitten aan elke hand
Antwoord tonen
VINGER - 8 Horizontaal
Het gewricht in het midden van je been
Antwoord tonen
KNIE - 9 Horizontaal
Proeft of iets zoet of zuur is
Antwoord tonen
TONG - 10 Verticaal
Klopt in je borst en pompt het bloed rond
Antwoord tonen
HART - 11 Verticaal
Daarmee kijk je
Antwoord tonen
OOG - 12 Horizontaal
Groeit op je hoofd en kun je kammen
Antwoord tonen
HAAR - 12 Verticaal
Er zitten vijf vingers aan en je pakt er dingen mee
Antwoord tonen
HAND - 13 Horizontaal
Daarmee luister je naar muziek
Antwoord tonen
OOR - 14 Horizontaal
Wit en hard, je poetst hem elke dag
Antwoord tonen
TAND